Vul de witte vakjes met letters. Elk woord hoort bij een genummerde aanwijzing. De horizontale en verticale woorden kruisen elkaar.
Tik op een vakje of kies een aanwijzing. Tik nogmaals op hetzelfde vakje, of op de richtingknop, om te wisselen tussen horizontaal en verticaal. Dat kan ook met de knop Wissel of met de spatiebalk. Shift + links/rechts kiest horizontaal; Shift + omhoog/omlaag kiest verticaal. Je blijft op hetzelfde vakje.
Typ op je toetsenbord of gebruik de letterknoppen. De pijltjestoetsen bewegen door het raster; Enter gaat naar de volgende aanwijzing. IJ telt als twee letters, accenten schrijf je zonder accent.
Met Controleer zie je welke ingevulde letters nog niet kloppen. Er is geen tijdslimiet. Je voortgang wordt op dit apparaat bewaard.